Links, details van het eerdere AV standaard-onderhandsysteem: de as is bevestigd aan de Fisklep en aan het rechter nokje en draait mee met de E of D klep en rond twee eindschroeven, als je de Fis speelt. Vanaf 2020 is dit vervangen door de onderhand van het Nieuwe 2020-systeem rechts: alle kleppen draaien onafhankelijk om een vaste as.
Details van het nieuwe 2020-systeem. Zie ook Fluitbouw Alle onderdelen zijn opnieuw ontworpen en zó gemodelleerd dat grootte, sterkte, gewicht en functionaliteit optimaal op elkaar zijn afgestemd. Alle bindingen tussen kleppen zijn eenvoudig afstelbaar met speciaal ontworpen schroefjes. Er is geen enkele pen-gatverbinding, alleen schroefsystemen. De bovenhandas was altijd al een vaste as bij de AV fluiten. Nu is er ook een vaste onderhandas waardoor de kleppen lichter lopen en het kleppensysteem betrouwbaarder is. Het offset systeem is half inline geworden. Middels twee klankstrippen kan gekozen worden voor verschillen in klankkleur en aanspreekbaarheid. De zilveren applicatuur is extra 1000/1000 verzilverd.
Detail van het nieuwe onderhandsysteem. In plaats van een meedraaiende as draaien de vier kleppen onafhankelijk om een vaste as wat een snellere klepactie mogelijk maakt en een egaler gevoel in de onderhand. Alle bindingen zijn heel precies afstelbaar d.m.v. speciale paddestoelboutjes.
De bovenhandkleppen hadden al een vaste as. Ook het onderhandsysteem heeft dat nu. Alle met elkaar meegaande kleppen zijn onderling afstelbaar met speciaal ontworpen stelschroefjes. Zelfs de duimbes en de lage C#-C zijn precies afstelbaar. De bovenhand- en E-mechaniekbrug zijn opnieuw ontworpen.
Het offsetsysteem staat meer in lijn met de andere kleppen. Zowel fluitisten die altijd op een volledig offsetsysteem spelen als zij die op een inline fluit gewend zijn, kunnen met deze stand goed overweg. Deze middenweg tussen de twee posities heeft ook een paar technische voordelen.
Je kunt je eigen klankkleur bepalen met de AV klankstrippen. De twee zilveren strippen tussen de drie rib-delen kunnen eenvoudig worden verwijderd of er weer ingeklikt. Mét is het iets makkelijker spelen en is de toon bij die helft van de kleppen waar de strip zit, wat puntiger of directer, evenals de wat snellere attaque. Zonder kost dit iets meer moeite maar komt er meer ruimte of warmte in de toon.
De AV tapbeschermers hebben een binnenbus. Eérst de doppen er op, dan pas schoonmaken. Het belangrijke vet blijft nu op de tappen en komt niet op de doek of in de fluit. Het vet houden van de binnenkant van de tappen is uiterst belangrijk. Zie ook 'onderhoud en reparatie'.
De klepdekseltjes worden niet meer gegoten en afgewerkt, maar in één keer gedraaid uit een massief zilveren staf. Ze zijn nog sterker en stabieler. De bodem is vlak, belangrijk voor een stabiele polsterligging.
Een van de belangrijkste zaken voor de klank is de afstelling van het zilveren plaatje met de kurk. De kurk is geen stemkurk. Dat doe je met de kop. De precieze plek van het zilveren plaatje t.o.v. het mondgat is onder andere belangrijk voor de warmte van het laag, een mooi vol en soepel hoog, de octaven of de aanspreekbaarheid. Een paar honderdste millimeter naar beneden of naar boven is al een wereld van verschil. Ik bepaal de meest ideale plek al spelend, en maak dan de vlakken van het dopje en de pen precies gelijk. Ook na verdraaien van de dop is de afstelling altijd weer terug te vinden.
Het duimsysteem is veel stabieler geworden. Op deze foto de dubbele buis in alpaca en zilver. De lange sleepveertjes zijn nu vervangen door dezelfde veertjes als van de andere kleppen, evenwijdig aan buis en as. Ook is er een duimbes-stelschroefje toegevoegd. De duimkleppen lopen daarmee beter, de actie is sneller en de afstelling nauwkeuriger en gemakkelijker. Zie ook de volgende foto.
Het nieuwe duimsysteem van de zijkant: een vaste as en twee daaromheen draaiende buizen, veertjes evenwijdig daaraan vanaf de pionnen en een stelschroef voor de duimbes.
Verbeteringen dwarsfluit
De klank van een Alfred Verhoef-fluit wordt bepaald door het specifieke hout van die fluit en de diverse afmetingen. Alle afmetingen van de fluiten zijn gelijk, behalve de diameters. Die worden steeds weer bepaald door de eigenschappen van het gebruikte hout. Ook aan mondgat en boring breng ik, als de fluit klaar en bespeelbaar is soms nog kleine veranderingen aan, tot ineens de fluit begint te zingen en de optimale klank er is. Iedere fluit is daarom uniek. Er is geen standaard. Alle kleppen worden op de fluit gebouwd. Die precisie kan alleen maar steeds weer uit handwerk komen.
Toch zijn er altijd nog zaken die verbeterd kunnen worden. Dat kan technisch van aard zijn, waardoor de applicatuur sterker of stabieler wordt. Of praktisch, betreffende het gebruik. Het kan invloed hebben op de houding. Of het gaat over de klankkleur of de zuiverheid. De foto’s hierboven laten zien wat er nieuw is. Sommige aspecten van verbeteringen worden verder behandeld bij ‘Fluitbouw’.